Aardappelen

De juiste aardappel in het juiste seizoen steekt qua aroma alle deegwaren en ieder rijstras naar de kroon, zo stellen de liefhebbers.
Aardappelen zijn bovendien tegenwoordig méér dan een bijgerecht.
Ook de veelzijdigheid wordt geprezen:
je kunt ze schillen of in de schil koken, versnijden tot blokjes, reepjes of schijfjes. Je kunt ze ook bakken, roosteren, stomen, gratineren, poffen, of frituren. Voor onder andere soepen, salades, omeletten, kroketten, gnocchis, ragouts of purees.

Rauw kan de aardappel niet gegeten worden omdat hij voor twintig procent uit onverteerbaar zetmeel bestaat, dat tijdens het koken wordt omgezet in suiker. Bepaalde rassen bevatten weinig zetmeel, waardoor ze bij het koken stevig, ofwel 'vast' blijven.
Deze 'vastkokende' zijn niet geschikt voor puree. De bloemige, en rijkelijk van zetmeel voorziene aardappel, blijft bij het koken stevig omdat zetmeel zorgt voor binding.
Het beroemde Bintje is een goed voorbeeld van een 'bloemige' aardappel.